Thursday, November 10, 2005

 

altijd lekker weer

De mensen hier krijgen het behoorlijk voor hun kiezen. Bovendien worden ze met harde hand opgevoed.
Pere Emanuel heeft – nadat hij pretre werd – een studie psychologie gedaan en hij kwam tot de conclusie dat de mensen hier beter zijn toegerust voor het leven dan in Europa. Er komen hier minder depressies voor.
Als belangrijkste reden noemde pere Emanuel het feit dat de kinderen overal mee heengesleept worden, achterop de rug van de moeder. Dat heeft tot gevolg dat – als het kind honger heeft – er altijd eten is. En ook dat – als het kind verdriet heeft – het onmiddellijk wordt getroost. Ze zijn er in Europa nog niet over uit of dat nou wel of niet goed is. Maar ik begrijp dat men er hier wel uit is. In de eerste jaren wordt een solide veiligheidsgevoel opgebouwd. Dat er later een harde, bij tijd en wijle onrechtvaardige opvoeding is, doet daaraan geen afbreuk. Is misschien zelfs wel een goede voorbereiding op een zwaar leven. De levensverwachting ligt hier rond de veertig.
Laatst klom er een oude man bij mij in de auto. Hij beklaagde zich over zijn ouderdomsklachten. Dus vroeg ik hem hoe oud hij was. Hij was zeven-en-veertig jaar. Ik kon mijn oren niet geloven. Ik had hem zeker vijftien jaar meer gegeven.
Dat meisje met die tanden uit haar neus zal nu in Europa geopereerd worden, maar de meeste mensen moeten met hun handicap leren leven. Het ziet eruit alsof ze zich goed schikken in hun lot, maar het is natuurlijk zoals dat Sango gezegde uitbeeld : ze kunnen wel gaan jammeren, maar wat heeft het voor zin.
Je hebt hier nog veel polio oftewel kinderverlamming. Een kind wordt dan ziek, de zenuwen van vaak de benen worden aangetast en één of beide benen, stoppen met groeien. De mensen kunnen ze dan niet meer gebruiken. Ze hebben hier heel handige karretjes, met handkracht (zoals trappers van een fiets) aangedreven. Maar als ze ergens naar binnen moeten, dan moeten ze kruipen als een hond. En dat is een akelig gezicht. Soms gaat het maar om één been. Dan hebben ze een dikke stok, die ze met beide handen vasthouden en waar ze mee lopen. Het ene been is dan gewoon, het andere been is een verschrompeld klein kinderbeentje met een vervormde voet. Ook dat ziet er akelig uit, maar het verhinderd de mensen niet om te doen wat ze willen en moeten doen. Zo was er in de kerk in Mobaye zo iemand, die voorlas uit de bijbel (het podium op en afstrompelen) en die het kerkgezang op een djembé begeleidde (stok wegleggen, op één been balanceren en trommelen maar). Het stomme is dat je met een simpele vaccinatie van het hele gezeur afbent, maar dat is teveel moeite ofzo.
Ik heb trouwens ook een albino gezien hier. Dat is een Centrafrikaan, maar dan helemaal wit. Da’s ook een soort van handicap. Die heb je bij ons ook wel, alleen valt dat bij ons wat minder op.
Ziekte en dood wordt vaak in verband gebracht met hekserij. Zo lijdt tien procent van de bevolking aan SIDA. Maar eigenlijk is dat percentage veel hoger. Alleen wordt het dan niet als zodanig gediagnosticeerd. SIDA veroorzaakt verminderde weerstand en het bijbehorende ziektebeeld laat zich uitstekend via tovenarij verklaren. Maar ook bijvoorbeeld de moeder van het kind met de tanden uit haar neus is een heks. Zeggen ze. Het is dat de bisschop ervoor is gaan liggen, anders had ze misschien al wel in de bak gezeten. Of erger.
Ik heb al eens genoemd dat de mensen hier altijd om geld vragen. Nu heb ik kennis gemaakt met iemand op het vliegveld, die zegt verantwoordelijk te zijn voor het onderhoud van een andere Cessna 206. Hij is zevenenveertig en al behoorlijk oud voor zijn leeftijd. Hij is bovendien gezet. Het vliegtuig is op het moment in Libreville voor groot onderhoud. En hij wilde met mij meerijden naar de stad. Geen punt. Gezellig. Hadden we al eens eerder gedaan en ik was verfrist door het uitblijven van het standaard zinnetjes : ‘zeg, heu, ik durf het bijna niet te vragen, maar ...’. Hij had me verteld, dat hij verlof had omdat het vliegtuig weg was : betááld verlof meneer, chique he?’. Dat was de vorige keer, een week terug. Deze keer babbelden we over koetjes en kalfjes, totdat hij ineens vroeg of hij 5000 CFA kon lenen. Hij zou het de week erna terug betalen. Toen ik wat terughoudend reageerde dacht hij zijn zaak goed te doen door toe te voegen : ‘ik heb honger’. Ik moest oppassen om geen botsing te maken nu. Ik kwam niet meer bij. Iemand met betaald verlof. Iemand die er in goede kleren bij loopt. Iemand die in zijn vet ronddrijft. Honger? Ik snap niet dat ze niet creatiever zijn. Toen ik de tranen uit mijn ogen had gewreven vroeg hij me wat verbaasd wat er zo lollig was. Nou, dat heb ik hem proberen uit te leggen. Maar dat viel niet mee. Het was kennelijk nieuw voor hem dat hij niet die brilliante enige was die op het idee gekomen was om te zeggen dat hij honger had. Maar het bijbehorende begrip ‘cliché’ – toch een mooi Frans woord – was ook nieuw voor hem. Toen ik het hem probeerde uit te leggen aan de hand van een voorbeeld, namelijk de open brug, ging bij hem het licht helemaal uit. Toen ik vervolgens begon uit te leggen hoe dat bij ons zit, met bruggen en zo, meldde hij dat hij zich bedacht had en dat hij niet helemaal naar de stad hoefde. Ik kon hem er hier wel uitlaten. Ik ben bang dat ik het verprutst heb. Nou ja ...
Inmiddels is de droge tijd aangebroken. De Harmattan wind voert vanuit het noord-oosten droge warme lucht aan van over de woestijn. Het is dus elke dag strak blauw en als je gaat vliegen, dan blijkt het ontzettend heiig te zijn. Naast het zand – waar de lucht mee bezwangerd is – is er ook rook. Dit is de tijd dat de mensen het land afbranden. Nieuwe landbouwgrond bouwrijp maken enzo. Op de terugweg heb je nog steeds wind mee en dan is het aardig dat je op vier kilometer hoog boven die laag zand en rook uitkomt en dat je dan weer een fantastisch uitzicht hebt. Niet dat er dan iets te zien valt. Het is zelfs heel desorienterend wat je ziet. Als je een tijdje over de neus naar de verte kijkt, dan lijkt het alsof je met toenemende snelheid aan het draaien bent. Je corrigeert en nu draai je werkelijk de andere kant uit. Want die eerste keer was het niet waar. Toen ik dat ontdekte dacht ik dat het misschien met de Coriolis kracht te maken had, maar even later leek het alsof het vliegtuig met toenemende snelheid de andere kant uitdraaide, terwijl dat ook helemaal niet waar was. Afijn, ik probeer de laatste tijd niet al teveel over de neus te kijken, want je wordt er gewoon beroerd van.
De weerradar is er spontaan mee opgehouden en dat treft, want het weer is er ook mee opgehouden, dus heb ik nu geen radar nodig om te kijken waar het weer zit. De weerradar is bedoeld om zware buien van lichte- te onderscheiden. En er zijn nu geen buien meer.
Mijn flaps zijn ook weer blijven hangen, dit keer in de startstand. Vervelend, maar niet onoverkomelijk. De zuster, die ik meenam van Mobaye naar Bangui had het – geloof ik – niet zo op vliegen. Toen ik een klein beetje helling aanrolde om haar een beter zicht op Kouango – dat onder ons door schoof – te geven, bestierf ze het al zowat. Toen ik dus één keer goed afgetrimd in de afdaling zat waren we beide redelijk onthikt, toen het vliegtuig langzaam maar zeker steeds verder voorover kantelde. Dat had ik nog nooit meegemaakt en het voelde als een vliegtuig out of control. Het bleek dat de flaps weer – tijdelijk – tot leven waren gekomen en zich nu hadden geconformeerd naar de stand waarop de flap selector stond namelijk : flaps ingetrokken. Tijdens dat verschuiven van de flaps ontstaat er ook een verschuiving van de balans en zodoende een kanteling om de dwarsas. Het kostte me werkelijk enige seconden om me te realiseren wat de oorzaak was van deze onverwachte kanteling. Maar toen kon ik dan ook vol overtuiging mijn passagier gerust stellen met de beroemde woorden van corporal Jones : ‘no panick’.

Comments: Post a Comment

Links to this post:

Create a Link



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?