Thursday, August 13, 2009

 

Update van Piet Meeuws

Mobaye, 7 augustus 2009.


Beste Familie en Vrienden,

Het is intussen al weer ruim een maand geleden, op 5 juli om precies te zijn, dat ik Nederland verlaten heb om na een kort verblijf in Gemert terug te keren naar Mobaye en dus is het weer tijd voor een update. Er is weer zo het een en het ander gebeurd, dat het vermelden waard is.

Ik hoop dat het met u allen intussen nog goed gaat en dat u kunt genieten ( of reeds genoten hebt) van een ontspannende vakantie. Hier ligt het tempo nu ook wat lager dan gewoonlijk. Mijn Oostenrijkse collega Helmut Buchegger is voor een paar weken vakantie naar Oostenrijk. Brice Guiakouzou, onze Afrikaanse priester, is ook voor een maand naar zijn familie toe, zodat ik de komende weken de zorg voor de missie deel met mijn collega pater Gabriel Ezewudo, die mij in oktober op moet volgen en die momenteel nog druk bezig is met pogingen om de inlandse taal onder de knie te krijgen. Onze twee Italiaanse zusters Alfreda en Monica zijn ook nog trouw op hun post ook al beginnen voor hen de jaren ook te tellen.

De grootste druktes eigen aan deze tijd van het jaar, zoals doopvoorbereiding en eerste communie van de schooljeugd, zijn nu voorbij. Op 2 augustus heb ik 16 kinderen van de lagere school kunnen dopen en er waren 25 eerste communies. Dat is weliswaar geen aantal om over naar huis te schrijven, maar naar het zich laat aanzien zal dit aantal het volgend jaar minstens verdubbelen.

Wat is er in de achter ons liggende periode verder zo al gebeurd ?
Bij aankomst in Bangui trof ik er mijn collega pater Theo ten Brink aan die behoorlijk ziek was. Hij is intussen onder begeleiding van een arts naar Nederland gereisd en volgens de laatste berichten heeft de zuivere lucht van de Gelderse Achterhoek hem er al weer een heel eind bovenop geholpen.

Er wachtte me nog meer slecht nieuws in Bangui. Ik hoorde daar nl. dat de Kongolese autoriteiten bij ons in Mobaye het licht uitgedraaid hadden. Wij gingen er in Mobaye prat op dat wij 24 uur per dag stroom hadden, dank zij de stuwdam die Mobutu hier indertijd in de rivier heeft laten bouwen. Daar kon zelfs Bangui niet tegen op. Jammer genoeg bevindt de schakelaar van de stroomvoorziening zich aan de Kongolese kant. Het schijnt dat de RCA in gebreke is gebleven en de rekeningen, waartoe het zich contractueel verplicht had, niet op tijd voldaan heeft. Na een paar vergeefse aanmaningen hebben de Kongolezen ruim een maand geleden de schakelaar omgedraaid, zodat onze kant van de rivier in het duister gehuld is, terwijl de Kongolese kant baadt in overvloedig licht. Volgens welingelichte bronnen zou het gaan om een bedrag van ongeveer 100 000 euro en onze regering schijnt er moeite mee te hebben dit bedrag op tafel te leggen. Intussen zijn wij aardig gedupeerd ook al hebben wij op de missie een eigen aggregaat dat ons in de avonduren stroom levert. Het confort van permanente stroom voor b.v. een koelkast, elektrische handwerkmachientjes (zagen, boren, betonmolen …), internet, enz. moeten wij nu helaas missen.

Goed nieuws is dat de benzinepomp in Mobaye intussen weer geopend is, zodat wij niet meer verplicht zijn naar Alindao (xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" / 120 km) of Bambari (240 km) te rijden om brandstof te halen. Hopelijk laat de exploitant van de pomp zich niet ontmoedigen door de ongemakken van de slechte weg in deze tijd van het jaar. Op dit ogenblik ligt een tankwagen die ons moet bevoorraden op 45 km van hier (Polonda) langs de weg. Hopelijk krijgen ze hem zonder al te veel brokstukken weer snel op het rechte pad, anders kan het zo ineens maar weer afgelopen zijn met de brandstofvoorzienig.

In vorige afleveringen heb ik u al eens gesproken over het verschijnsel hekserij, dat hier aan de orde van de dag is, en over het trieste lot van mensen die van hekserij beschuldigd worden. In dat verband heb ik toen ook de naam van Angèle Ndarata genoemd, een minderjarig meisje dat beschuldigd van hekserij in de gevangenis terecht gekomen is en daar meerdere malen gefolterd is. Welnu, juist voor mijn terugkomst was het weer raak.
De vrouw van een van de bewakers was ziek en dit meisje met nog een paar medegevangenen werden als de schuldigen beschouwd. Men heeft hen toen aan handen en voeten gebonden en met vuur behandeld. Angèle was er blijkbaar het ergste aan toe: beide armen van boven tot onder bedekt met brandwonden. Helmut en de zusters hebben bijna geweld moeten gebruiken om tot haar toegelaten te worden om haar medische hulp te bieden.

Toen Helmut op 8 juli in Bangui aankwam om mij met het vliegtuigje op te halen, had hij foto’s van het meisje bij zich. Wij waren het er beiden over eens dat de maat nu meer dan vol was. Dit was onverdraaglijk. Alle pogingen van onze kant om een einde te maken aan de folteringen in de gevangenis van Mobaye waren blijkbaar vruchteloos geweest. Wij hebben toen besloten in Bangui een advocaat te zoeken. Wij kwamen uit bij Meester Mathias Morouba, die in de hoofdstad actief is in de Nationale Commissie voor Gerechtigheid en Vrede. Na de foto van Angèle gezien te hebben toonde hij zich meteen bereid zijn schouders onder deze zaak te zetten. Wij zouden op donderdag 9 juli gezamenlijk met de Cessna van de missieluchtvaart naar Mobaye vliegen. Helmut moest eerst nog even bij de dienst van Burgerluchtvaart langs om een papiertje op te halen, een soort APK-keuring van zijn vliegtuig. In feite is er momenteel niemand in de RCA die competent is om zo’n keuring uit te voeren, maar je betaalt ongeveer 300 euro en je krijgt de handtekening en de stempel van de grote baas zodat je voor de verzekering weer gedekt bent. Een formaliteit dus…, als die goeie man tenminste maar even de moeite nam om naar zijn kantoor te komen. Helaas, donderdag was het wachten tevergeefs, vrijdag was hij blijkbaar ook nog te moe en ‘s zaterdags wordt er niet gewerkt. Helmut en ik moesten echter koste wat kost op zondag terug zijn in Mobaye. Er zat dus niets anders op dan het vliegtuig in Bangui achter te laten en zaterdagmorgen in alle vroegte met de vermoeide auto van de advocaat naar Mobaye (600 km) te vertrekken. Na een rit van meer dan 12 uur kwamen wij ongedeerd in Mobaye aan waar de avond al gevallen was.

De zondag die volgde was niet zoals de andere zondagen. De aanwezigheid van Meester Morouba veroorzaakte meteen paniek en grote onrust onder het bewakingspersoneel van de gevangenis en in de rangen van de gendarmerie. ’s Morgens tijdens de H. Mis had ik de man aan de mensen voorgesteld en gezegd dat hij hier was in verband met de folterpraktijken in de gevangenis. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door de stad en iedereen wachtte met een zekere spanning af wat er ging gebeuren, want dat er iets stond te gebeuren was wel duidelijk.
De heer Morouba ging voortvarend aan de slag. Het eerste bezoek was het ziekenhuisje om Angèle te ontmoeten en haar verhaal te horen. Vervolgens legde hij om zijn aanwezigheid kenbaar te maken zogenaamde beleefdheidsbezoeken af aan de autoriteiten van de stad en nam contact op met personen die nuttig konden zijn voor zijn onderzoek. Het resultaat was dat er vòòr 12 uur een officiële klacht tegen de gevangenisbewaarders en hun handlangers op het bureau van de commandant van de gendarmerie lag.

Als bij toeval arriveerde die dag ook de procureur van de rechtbank van Bambari in Mobaye, die de zaak ook hoog op scheen te nemen. Hij liet meteen de andere mensen, die tegelijk met Angèle gefolterd waren, vrij en verbood de chef van de gevangenis, die onraad rook en onmiddellijk de wijk naar Bangui wilde nemen, de stad te verlaten in afwachting van het proces.
De moeder van Angèle durfde geen klacht in te dienen, maar Angèle zelf vroeg de advocaat dit in haar naam te doen, wat dus ook gebeurde. Meester Morouba zal tijdens het proces de verdediging van Angèle op zich nemen en het is te verwachten dat er meerdere personen, die rond de schandalen in de gevangenis een kwalijke rol hebben gespeeld, nu de rekening gepresenteerd gaan krijgen.

Het korte bezoek van de advocaat heeft door zijn kordaat optreden indruk gemaakt op alle lagen van de bevolking van Mobaye, maar nog het meest op de “autoriteiten” die zich onaantastbaar waanden. Zondagavond werd de advocaat hier in Mobaye opgebeld door RFI, de Franse Wereldomroep, voor een interview, dat maandagmorgen over de radio werd uitgezonden. Een bijna banale gebeurtenis hier in Mobaye werd door de aanwezigheid van één persoon ineens wereldnieuws. De regering in Bangui werd wakker geschud en beloofde een militaire enquêtecommissie te sturen.
Het tijdperk van willekeur schijnt althans voorlopig even geluwd. Het is wel wrang te moeten constateren, dat deze man in een dag voor elkaar kreeg, wat wij als commissie voor gerechtigheid en vrede, ondanks onze herhaalde interventies bij de betreffende instanties, de laatste jaren niet klaar kregen. Toch heeft onze commissie voor gerechtigheid en vrede door een advocaat in de arm te nemen aan geloofwaardigheid en gezag (ontzag) gewonnen.
Maandagmorgen vertrok de advocaat weer naar Bangui en Helmut moest weer mee om zijn vliegtuig op te gaan halen: 1200 km over een slechte weg omdat één persoon zich permitteert om gedurende meerdere dagen niet op zijn kantoor te verschijnen.

Omdat het fenomeen van hekserij iets is wat bij de mensen tussen de oren zit en dus niet enkel door een rechtszaak uit te bannen is, hebben wij meteen een afspraak gemaakt met de advocaat om een weekend te organiseren met als centrale thema’s “Mensenrechten” en “Hekserij”. Dit om de mensen enerzijds meer bekend te maken met de bestaande wetgeving betreffende hun rechten en plichten en anderzijds inzicht te verschaffen in hun traditionele denkwereld, waarin het geloof in hekserij zo’n belangrijke rol speelt.

Dit weekend vond plaats op 24 en 25 juli. Vanuit Bangui waren enkele experts gekomen: twee advocaten (Mathias Morouba en Timoléon Kokongo), één antropoloog (Joseph Baliguini) en de secretaris van de nationale commissie voor gerechtigheid en vrede (Michel Pembi). Wij hadden voor deze bijeenkomst vertegenwoordigers uit alle lagen van de bevolking uitgenodigd: bestuurders, gendarmerie, politie, dorpschefs, kerkgenootschappen, enz. De opkomst was heel goed. Omdat de Préfet niet aanwezig kon zijn werd de officiële opening verricht door de Sous-Préfet. Op beide dagen waren er ongeveer twee honderd mensen aanwezig, die met grote belangstelling de voordrachten beluisterden en heel betrokken deelnamen aan de discussies. Na afloop vroegen velen ons om ieder jaar zo’n conferentie te organiseren. In feite zou dat heel nuttig zijn, maar de meeste mensen geven er zich geen rekenschap van dat daar een prijskaartje aan hangt. Alles bij elkaar heeft het ons een aardig bedrag gekost, maar wij hebben er geen spijt van. Er gebeurden hier dingen die absoluut niet door de beugel konden en waarvoor wij onze ogen niet konden sluiten zonder te verzaken aan onze missionaire opdracht.
Het klimaat is intussen wel wat rustiger geworden en het wachten is nu op het proces om te weten wat daar uit komt.

Intussen gaat het werk op de missie gewoon door. Wij zijn nog steeds aan het bouwen. Het nieuwe gedeelte is praktisch klaar en de renovatie van het oude woonhuis schiet al aardig op. Het geheel heeft een heel nieuw aanzicht gekregen en Helmut mag straks trots zijn op zijn bouwwerk.

De scholen zijn nog dicht vanwege vakantie. Wel hebben de zusters voor de meisjes een “vakantieschool” georganiseerd. Dit biedt de meisjes de gelegenheid om wat bijgespijkerd te worden in de diverse vakken.
Zodra de officiële openingsdatum naderbij komt, zullen wij ook ons schoolproject voor de weeskinderen weer oppakken.
Ook zijn wij met de groep voor gerechtigheid en vrede een nieuwe campagne aan het uitwerken ter voorkoming en bestrijding van aids, een ziekte die hier regelmatig haar slachtoffers opeist.

Op 8 september verwachten wij een jonge Duitse lekenmissionaris, Jürgen Boll, die zich vooral bezig zal gaan houden met de jeugd. Voor hem ligt er nog een heel terrein braak omdat wij de laatste jaren eigenlijk maar weinig greep hebben op de leerlingen van het staatslyceum hier in de stad. Dat is vroeger wel eens anders geweest en daarom willen wij daar opnieuw wat meer aandacht aan besteden.

Zoals reeds gezegd, bereid ik zelf mijn vertrek voor. In de eerste helft van oktober wordt ik terugverwacht in Nederland. Pater Gabriël Ezewudo, een spiritijn uit Nigeria, zal dan mijn taak hier overnemen. Hoewel hij nog een beetje moeite heeft met de taal, heb ik er alle vertrouwen in dat de toekomst van de missie bij hem in goede handen is.
Dus toch nog een paar positieve noten om deze brief mee te beëindigen !

Heel veel groeten aan u allen, met dank voor uw steun die ons in staat stelt ons steentje bij te dragen aan het welzijn van de mensen hier. Het ga u allen goed.

Piet Meeuws.

P.S. Wat Angèle betreft: zij is nog steeds in het ziekenhuis. De zusters zorgen er voor dat zij de noodzakelijke medische verzorging krijgt en langzaam maar zeker beginnen de wonden te genezen.

Tuesday, December 30, 2008

 

Boek over het vliegen voor de missie in de CAR

Titel: missie in Centraal Afrika
Auteur: Hans Swellengrebel
Genre: Ontwikkelingswerk
ISBN: 978-90-484-0316-5 (dus ook in elke boekhandel verkrijgbaar)
Vaste prijs: € 18,95
Formaat: A5
Uitvoering: Paperback
Afwerking: Gelijmd gebrocheerd
Aantal pagina's: 190

Zie ook:

. interview in het programma ‘de Ochtenden’: http://www.ochtenden.nl/afleveringen/32774869/
. interview met Afrikanieuws:
http://vedm.net/click2?l=0Fb5O&m=6zFE&s=Nnt1Z3
. interview met flyforfun in Belgie
http://www.flyforfun.be/?q=missie

 

Update CAR

Helaas, op het moment zit er niemand die voor de AMBB vliegt. Benzine is er niet of is te duur (3,60 euro per liter!). En er is wat je noemt een bezinningsmoment aangebroken. Welke weg gaan wij kiezen? Waaraan is op dit moment eigenlijk behoefte? Wie is er op dit moment nog gebaat bij een humanitaire vliegdienst in de CAR? Zijn er mensen die zich - nu pere Ben, de baas van de AMBB, is overleden - hard willen maken voor zo'n vliegdienst? Moeten we misschien een ander vlietuig kopen? Vliegtuigbenzine voor zuigermotoren is schaars en duur en wordt alleen nog maar schaarser en duurder. Ook andere humanitaire vliegdiensten zijn al overgestapt op een turboprop, die op de veel goedkopere en alom verkrijgbare kerosine lopen.

Hieronder het laatste nieuws vanuit de CAR:

The UNICEF office in the Central African Republic has just published their monthly report for November 2008. It contains a detailed overview on the current humanitarian, political and security situation, and provides an update on UNICEF’s ongoing activities in CAR.
Here is the summary of activities and events in November:

An attack by government soldiers against presumed bandits hiding in the country’s northwest led to the execution of 7 members of the APDR and the capture of 15 other rebels. The APDR threatened to withdraw from the peace dialogue if its members aren’t released.
A government convoy was ambushed 50km south of the border with Chad in the northeast. Nine soldiers were killed. The attackers belonged to the FDPC rebel movement.
In early November, the city of Sam Ouanjda was attacked by 40 armed men. Five of the attackers died and many of the city’s residents fled into the bush.
Funding of 600,000 Euros was received from ECHO to purchase therapeutic products that will be used to treat 900 children per month suffering from severe acute malnutrition.
UNICEF Goodwill Ambassador Joel Madden made a triumphant week-long trip throughout the CAR.
A technical training center was opened by UNICEF and the Diocese of Kaga Bandoro. The center provides two years of technical and academic education to vulnerable children between the ages of 14 and18.

€ 3 million for the north east

The European Commission signed a funding agreement of € 3 million with the Central African government for a programme to support the stabilization of the north-east of CAR. The programme is linked to the presence of the European Force in CAR and Chad (EUFOR). Four organizations were entrusted with its implementation.
The first contract of € 41,700 was signed with the Road Maintenance Fund, a governmental institution. The funds will be used to render the ferry in Boungou, on the main road from Bangui to the north-east, operational again and to evaluate the condition of the infrastructure around the ferry.Comité d’Aide Médicale, a French NGO, is the signatory of the second contract amounting to € 700,000. The project aims to ensure the access of the Vakaga population to basic health services, and maternal and child health care in the provincial hospital, using a sustainable approach.
Triangle Génération Humanitaire, another French NGO, will help to restore access to water and primary education through a project which will last for 32 months. In the two sectors, Triangle will build new infrastructure, such as schools, boreholes and wells, while increasing the local management capacity, especially by inviting the representatives of the technical ministerial departments to be directly involved and support the local actors in providing access to essential services in the Vakaga. The NGO therefore signed a contract of € 1.5 million with the European Commission.
The fourth funding agreement, for an amount close to € 450,000, was signed with the Aid Agency for Technical Cooperation and Development (ACTED). The NGO will construct 11 bridges or ducts to cross the wadis between Birao and Boromata. The worst stretches of track, about 10% of the 120 km, will be rehabilitated so as to facilitate the passage of vehicles. ACTED will also support the local administration with the updating of the Vakaga maps, namely by creating a geo-referenced database which contains information on the road network, villages, school, health centres and administrative services.
The activities of the four contracts are in the start-up phase.
For more information:pierre-yves.lambert@ec.europa.eu

Thursday, October 02, 2008

 

Nieuw bloed in de CAR

John de Bruin heeft in juni de CAR verlaten. Zijn tijd zat er zowat op en de benzine was ook op. Dan kan je verder weinig meer doen. Pere Tanneguy is trouwens ook voorgoed uit Bangui vertrokken. Het zal ze in maison St Charles nog jaren spijten. Tanneguy was een ontzettend toffe peer.
Zeventien september is het nieuwe bloed aangetreden in de persoon van Cor van der Maar. Schilder uit Groningen en capabel sportvlieger. Samen met John is Cor naar de CAR gegaan om daar een half jaar de mensen van dienst te zijn. Helaas moest John al na een week weg, maar het geregel ging een stuk vlotter dan toen ik in september 2005 aantrad. Aan het eind van de week was alles geregeld zodat Cor zelfstandig onderweg kon.
Echter, het onderhoud bij Minair laat toch nog steeds te wensen over, waardoor Cor en John slechts één uur samen konden vliegen. Voor Cor een eerste kennismaking met dit - voor hem - nieuwe type vliegtuig. Gelukkig was pere Helmut ook net terug uit Oostenrijk, zodat hij Cor verder kan begeleiden. Maar Helmut is twee maanden weggeweest en hij heeft dus een stapel werk die in Mobaye op hem licht te wachten. Zodoende kan hij Cor niet de tijd geven die Cor nodig heeft.
Gelukkig komt zoals altijd de cavalerie net op tijd. Bas Hellings - ook exCAR ganger - is net terug van Namibie en wacht nu op een visum voor Indonesie waar hij in de voetsporen van zijn illustere voorganger Mario treedt. En dus heeft Bas wat tijd omhanden. Bas vond het een geweldig idee om even de mensen in de CAR te groeten, dus één oktober zat Bas op het vliegtuig naar Bangui.
En de volgende CAR ganger staat al op stapel. Aanstaande zondag krijgt hij een tweede interview en een vliegtest. Hij zal - als alles goed gaat - het stokje weer van Cor in de CAR overnemen.

p.s. leuk bericht (ahum) de benzine is een euro duurder geworden en kost nu 3,60 per liter. Het ding verbruikt 60 liter per uur. Pfffffffffffffffffffffffffffffff................

Thursday, August 21, 2008

 

Het boek "Missie in Centraal Afrika" is uit !!

Informatie vind je onder de volgende link

http://nieuwsbrief.iwes.nl/index.php?id=MjE5NjIzODg3NjAw

Thursday, August 07, 2008

 

Latest gossip

Dear Mario,

During my holiday I visited with Tanneguy. He is finished with the RCA and glad because of it. The power in Bangui has now failed completely with chaos as a result. If health permits Tanneguy will continue in Douala. Pere Piet de Groot is dead.
Also pere de Bozendi is dead. They went with him to the best hospital but the generator was broken. The next had room but was too filthy and the last was OK but was crammed to the top and so they turned him down.
Two cooperants from Kembe were in Bangui with their parents. They took a cab from the centre d'acceuil to a restaurant at the river. The driver was quite drunk, took a wrong turn and ended up in front of the presidential palace. They were held for twenty hours suspected of being rebels trying to overthrow the government! Thanks to a French army officer who happened to see it all they were released. However nobody dared to let them go, so finally the president himself had to sign the release order.
In spite of this a growing number of volunteers are coming to the CAR. The French organisation DCC is the main provider. However many no longer have any affinity with catholics so on the 'workfloor' there is increased friction.

Stay well,

Hans

Wednesday, August 06, 2008

 

Verslag van de ziekte en uitvaart van pere Piet de Groot

Gedurende de eerste dagen van juni gaf Piet te kennen dat hij zich niet goed voelde, geen koorts maar erg moe, diarree en zeer donker gekleurde urine. Het zou na een paar dagen wel weer over gaan, dacht hij. Zuster Moniek, die hem trachtte te verzorgen, was ongerust, gaf hem medicijnen, maar wist niet goed wat de precieze oorzaak van zijn ziekte was. Ze dacht aan een hepatitus. Ze stelde voor de dokter te laten komen, met wie zij al over zijn toestand gesproken had. Aanvankelijk was Piet het daar mee eens, maar vond het vervolgens weer helemaal niet nodig. Zijn toestand was heel wisselvallig. Het ene moment had je de indruk dat het zeer ernstig was, maar tien minuten later was hij weer op en voelde zich, volgens zijn zeggen, stukken beter.

Op vrijdagmorgen 6 juni gaf hij zelf te kennen wel naar Bangui te willen gaan voor wat serieuze onderzoeken, want hij wist heel goed dat in Mobaye de mogelijkheden op dit terrein erg beperkt zijn. Wij hebben toen meteen contact opgenomen met John de Bruin, de piloot van de AMBB in Bangui, die meteen op weg ging en rond 11.30 uur met zijn vliegtuigje in Mobaye landde. Wij hebben toen samen met Piet aan tafel gegeten en om 14.00 uur zijn ze naar Bangui vertrokken.

De eerste berichten vanuit Bangui leken ons hoopvol, maar toch hoorden wij al vrij snel dat het niet goed ging met Piet. De doktoren oordeelden dat Piet, gezien ook zijn leeftijd, beter in Nederland behandeld zou kunnen worden. De procedure van een evacuatie naar Nederland door “Europe Assistance” (een verzekeringsmaatschappij waarbij Piet was aangesloten) werd door pater Tanneguy Tiphaigne in gang gezet.. In de nacht van 17 op 18 juni was zijn toestand plotseling dusdanig verslechterd, dat men hem ’s morgens meteen van Saint Charles, het huis van de spiritijnen waar Piet logeerde, naar het ziekenhuis heeft moeten brengen. Volgens de doktoren was zijn toestand toen uiterst kritiek en moest men zich op het ergste voorbereiden. Die morgen kwamen er meerdere telefoontjes vanuit Bangui in Mobaye binnen, steeds alarmerender, en om 14.00 uur belde onze Regionaal Overste, pater Dieudonné Nzapalainga, dat Piet was “retourné chez son Père”. Rond 13.30 uur was Piet overleden. Heel onwezenlijk, omdat ik hem nog geen twee weken geleden zelf (zij het met enige moeite) in het vliegtuigje had zien stappen. Ik gaf me er rekenschap van dat hier voor de missie van Mobaye een lange periode werd afgesloten: 33 jaar, van 1975 tot 2008, heeft Piet op de missie gewerkt.

De catechist heeft meteen de klokken geluid en veel mensen stroomden toe om het droevige nieuws te vernemen. Die middag was er om 15.00 uur juist een bijeenkomst gepland van de parochiële commissie voor Vrede en Gerechtigheid. Wij hebben het grootste gedeelte van de vergadering besteed aan het afscheid en aan de voorbereiding van de uitvaart van Piet. Het was immers duidelijk dat zijn stoffelijk overschot teruggebracht zou worden naar Mobaye om vervolgens in Penge begraven te worden. Dit was zijn persoonlijke wens en daar was hier iedereen van op de hoogte.

Na afloop van deze vergadering zijn Helmut Buchegger, een Oostenrijks priester, die hier ook op de missie werkzaam is, en ikzelf naar Penge gereden, een dorpje op ongeveer 10 km van Mobaye, waar zich het Mariaal Centrum bevindt, door Piet zelf gesticht, om het droeve nieuws daar aan te kondigen. Heel het dorp barstte uit in een grote rouwklacht, vrouwen en kinderen wierpen zich tegen de grond, begonnen over de grond te rollen…., een ervaring die voor een buitenstaander onbegrijpelijk is en met geen pen te beschrijven. Wij zijn de kerk in gegaan, hebben de tijd genomen om samen met de aanwezige mensen te bidden, te zingen en getracht hen wat troost en moed in te spreken. Zij kunnen zich, evenals wijzelf overigens, het Mariaal Centrum nog moeilijk voorstellen zonder pater Piet de Groot.
Vervolgens hebben wij samen met de mensen de plaats bepaald waar Piet begraven zou worden. Ze waren erg blij dat Piet temidden van hen zou rusten. Aan meerderen onder hen had hij de plaats aangewezen. Wij keerden naar Mobaye terug en lieten het dorp achter in diepe treurnis.

Onze Regionaal Overste, pater Dieudonné Nzapalainga, en onze bisschop, Mgr. Peter Marzinkowski, die beiden in Bangui waren, besloten de uitvaart te laten plaats vinden op 27 juni, zodat zij beiden daarbij aanwezig zouden kunnen zijn. Daarom zou het lichaam eerst op 25 juni rond 16.00 uur vanuit Bangui vertrekken en, na een tussenstop in de missies van Alindao, Kongbo, en in de dorpen langs de weg naar Mobaye, die tot het werkterrein van Piet behoorden, in de loop van de morgen van 26 juni rond 11 uur in Mobaye aankomen. De afstand Bangui – Mobaye is ruim 600 km.

Om 3.00 uur was de “lijkwagen”, een dichte Toyota Landcruiser, in Alindao. Om zes uur werd daar in de cathedraal een Requiem Mis opgedragen, waarna het lichaam begeleid door de bisschop Mgr. Peter Marzinkowski naar de missie van Kongbo vertrok. Ook daar kregen de mensen tijdens een korte stop de gelegenheid om afscheid te nemen van Piet. Vervolgens ging het verder naar Mobaye, een afstand van 66 km. Langs deze weg liggen meerdere dorpen (Polonda, Nzinda, Serenga, Gbolo, Langandi, Kossinga, Guiyara) die aan de zorgen van Piet waren toevertrouwd. Begrijpelijkerwijze zouden deze dorpen voor heel wat vertraging op het geplande schema zorgen.

Rond 10.00 uur had zich in Mobaye een grote menigte christenen (en niet-christenen) verzameld in Kurbe, de wijk bij de ingang van het stadje, in afwachting van het stoffelijk overschot van Piet. Eerst rond 14.00 uur kwam de auto uit Bangui met de kist aan boord in zicht, direct gevolgd door een auto met een delegatie uit Kembe. In processie, misdienaars met kruis voorop, werd Piet door alle kerkelijke verenigingen onder het zingen van religieuze liederen naar de missie begeleid. Na de kist plechtig de kerk te hebben binnengedragen en voor het altaar te hebben geplaatst begon het défilé langs de baar, honderden mensen die afscheid kwamen nemen. Ze konden door een ruitje het stoffelijk overschot zien, wat voor de mensen hier heel belangrijk is. Om 16.00 uur begonnen wij met een plechtige H. Mis in een overvolle kerk, waarbij Helmut Buchegger, Brice Guiakouzou, Lezzin Ngbakoumbou en ik zelf voorgingen. Gedurende de H. Mis kwam de regionaal overste, Dieudonné Nzapalainga, met een delegatie uit Bangui en Bangassou aan.

De twee paters, Jean Mangisarapou en Blaise Kongomatchi, die het stoffelijk overschot van Piet vanuit Bangui naar Mobaye hadden gebracht, waren erg onder de indruk van het verdriet en meeleven van de mensen in de dorpen op hun route, die aan de zorg van Piet waren toevertrouwd. Vooral de uitingen van verdriet van de mensen van Langandi zouden ze niet snel vergeten, hoewel voor hen als Afrikanen deze uitingen van verdriet toch niet vreemd zijn.

Na de H. Mis bleef de kerk vol met mensen die de hele nacht bij Piet zouden blijven waken, zingend, biddend en dansend. Sommige oudere vrouwen hadden in een hoek van de kerk hun matje uitgespreid en lagen er rustig te slapen, zoals dat in de dorpen bij een dodenwake ook veel gebeurt. Een geliefde overledene laat je niet alleen, ook al ben je niet meer in staat daadwerkelijk te waken.

Donderdagavond rond 21.00 uur arriveerde nog een delegatie uit Bangassou: priesters, zusters, catechisten en goede kennissen van Piet (o.a. Marcellin Ndode Sikossi). Ze hadden tien uur gedaan over de ongeveer 250 km van Bangassou naar Mobaye vanwege de regen.

Vrijdagmorgen 27 juni om 6.30 uur kwam de bisschop, Mgr. Peter Marzinkowski de missie oprijden, gevolgd door een talrijke delegatie uit Alindao, priesters, zusters, lekenmissionarissen en afgevaardigden van de christenen. Tegelijk met hun komst begon het overvloedig te regenen, zodat wij niet om 7.00 uur naar Penge konden vertrekken zoals aanvankelijk de bedoeling was. Om 10.00 uur klaarde het op en vertrok de rouwstoet naar Penge. De grote massa mensen was ons reeds te voet voorgegaan. In Penge, “zijn Mariaal Centrum”, werd Piet aan de rand van het dorp weer opgewacht door de christenen en plechtig (kruis voorop, met missiedienaars, zangkoor, het legioen van Maria enz.) begeleid naar het kerkplein, waar in de open lucht de uitvaartdienst zou plaats hebben.

Een grote mensenmassa was samengestroomd vanuit Mobaye en de omliggende dorpen om Piet naar zijn laatste rustplaats te begeleiden. Het leek wel iets op de toeloop van mensen tijdens de door Piet jaarlijks georganiseerde Maria congressen, waar hij zo trots op was.

Onze bisschop, Mgr. Peter Marzinkowski, ging voor in de uitvaartplechtigheid omringd door twintig priesters. Hij sprak zijn grote waardering uit voor het geweldige pastorale werk dat Piet door de jaren heen verricht heeft en riep de christenen op zijn erfenis, het Mariaal Centrum, nu zelf levend te houden.

Onze Regionaal Overste, pater Dieudonné Nzapalainga, hield de preek, waarin hij het werk van Piet de Groot gedurende zovele jaren prees en het belang onderstreepte van het Mariale Centrum voor heel het bisdom.

Na de H. Mis werd Piet naar zijn laatste rustplaats gebracht, gedragen door de Afrikaanse priesters, een uitdrukking van hun kant van de achting voor zijn persoon en het respect voor zijn werk. Als Nederlands medebroeder werd mij gevraagd de laatste gebeden aan het graf uit te spreken, waarna de bisschop en alle aanwezige priesters voor een laatste keer Piet met wijwater gezegend hebben.
Piet rust nu, zoals hij zelf altijd gewenst had, in zijn Mariaal Centrum, temidden van zijn mensen wier leven door de jaren heen nauw vervlochten was geraakt met het zijne. Hij was een van hen geworden en zo werd het ook door de mensen van Penge gevoeld. Ook al is Piet niet meer levend aanwezig, het feit dat zijn lichaam temidden van hen rust is een grote troost en steun voor hen.

Hoe het nu precies verder zal gaan met het Mariaal Centrum en de dorpen waar Piet de zorg voor had, weten wij nog niet, maar Piet zal er vanuit de hemel wel op toezien dat het goed komt.


Piet Meeuws.

p.s. Zoals je weet is John weer terug in Nederland en het vliegtuig staat droog in Bangui. Er zou tot eind juli geen avgas te krijgen zijn. Intussen is Helmut naar Bangui geweest en hij kwam terug met het goede nieuws dat er vanaf maandag waarschijnlijk weer gevlogen kan worden. De avgas is intussen in Bangui gearriveerd. Zodra wij een officiele bevestiging krijgen wil Helmut naar Bangui gaan om het vliegtuig op te halen en in Mobaye te stationeren.. We'll wait and see !

Sinds ruim een week zit het grootste gedeelte van Bangui zonder electriciteit. Er zijn problemen met de installatie in Boali en in Bangui zou de hoofd generator stuk zijn. Men spreekt zelfs van sabotage. Dan kun je toch beter in Mobaye zitten met 24 uur per etmaal stroom. Het economische leven in Bangui ligt zowat lam: geen "vivres frais" in de winkels, alle werkplaatsen gesloten, de drinkwatervoorzienig werkt niet, enz. Zou je nog eens willen komen, dan ben je van harte welkom, maar ik raad je aan nog even te wachten

Sunday, May 25, 2008

 

Mario, Bas en nu: John de Bruijn

Sinds het begin van dit jaar hebben we in Bangui een nieuwe man op de bok zitten. John de Bruijn heeft de knuppel overgenomen van Bas Hellings. John (55) bestiert een belastingadvieskantoor in Nederland, maar de kinderen zijn de deur uit, en hij besloot dat er meer te doen is voor de wereld dan blauwe enveloppen afhandelen. En toen viel er een emailtje van PZG in de bus… De voormalige militaire vlieger met 4000 uur ervaring op zak besprak de zaak met echtgenote Marie-José, en kort daarop stapte John in het vliegtuig naar Bangui, met een half jaar junglevliegen in het vooruitzicht.

“Na twee maanden begin ik zo langzamerhand een beetje door te krijgen hoe de Orde van de Spiritijnen werkt. Als je ziet hoe de Kerk hier hulp verleent, kun je slechts roepen: Chapeau! Goed opgeleide, goed gemotiveerde en goed georganiseerde mensen die deel uitmaken van een organisatie die diep in de maatschappij van de Centraal Afrikaanse Republiek is geworteld en die een uiterst betrouwbare reputatie heeft. Die reputatie verleent ook veiligheid: je gaat niet schieten op mensen van wie je vroeger les hebt gehad en die alleen maar het beste met jou en je volk voor hebben.”

“De AMBB-Cessna vervult veel belangrijke taken. Naast het personenvervoer maakt hij deel uit van de infrastructuur; alleen in de hoofdstad is een bank, en de posterijen liggen al jaren op hun gat. Geld, liefst grote hoeveelheden, en post geef je dus aan de piloot mee, want Aviation Missionaire Bambari Bangassou is een van de weinige betrouwbare instellingen, en kennelijk straalt die betrouwbaarheid af op de piloot. Vervoer door de lucht is ook betrouwbaar, want daar vinden geen overvallen plaats.”

“Zo’n vliegtuig is een hele belevenis, en je wordt dan ook altijd enthousiast ontvangen. Vooral als je ook weer direct verder gaat is het een drukte van belang: passagiers eruit, bagage eruit, nieuwe bagage en passagiers erin, en o ja, monsieur Pilote, kunt u deze enveloppe daar en daar afgeven? En wilt u dit pakje met bloedmonsters even afgeven bij het instituut Louis Pasteur om ze op SIDA te laten testen, de Franse term voor AIDS. En wilt u dit pakje met geld aan die en die afgeven? Eenmaal weer terug in Bangui is natuurlijk het eerste dat je doet het bloed inleveren bij het Institut Pasteur. En passant krijg je dan de enveloppen met uitslagen mee van eerder uitgevoerde onderzoeken. Zo word je ook weer de brenger van vaak niet zo fijne boodschappen.”

“Ik ben ook al uitgenodigd door de zusters, nu van Franse afkomst, om te komen eten, en drie dagen geleden was ik ook al wezen eten bij de zusters die het schooltje bestieren waarvoor mijn vrouw Marie-José als vastenaktie een project heeft opgestart.”
“Een van de typisch Afrikaanse oplossingen voor Westerse problemen was die van het koeltransport: zodra de buffel geslacht was, werd hij in delen op handkarretjes geladen die dan door een hardrennende man werden weggebracht. Die man liep dan zo hard dat de vliegen die op de lekkernij afkwamen, hem niet konden bijhouden: dan heb je ook geen koelwagen nodig!”

“Het is verbazingwekkend te constateren hoeveel ontzag de Afrikanen hebben voor vier gouden strepen van 1,95 bij de HEMA: op aanraden van een van de paters had ik mijn strepen opgedaan, en ziet: De politieagenten sprongen in de houding, prevelden: “Oui, mon General, bonsoir mon Commandante”, en hup, we konden weer verder.”

“Ik ben naar de startbaan gereden om eens te aanschouwen hoe dat eruit ziet. Ik was al gewaarschuwd om af en toe de baan eens te inspecteren, want Afrika leeft! En zo ook de baan! Daar bedoel ik de termietenheuvels mee. De termieten kunnen bouwwerken maken van wel twee meter hoog, en die wil je niet op de startbaan. Ook een kleintje van 30 cm hoog niet, want een neuswiel raak je daar zo aan kwijt. Tijdig verwijderen dus, of laten verwijderen.”

“Wil je morgen vliegen, dan moet je vandaag de gendarmerie inlichten, zodat zij morgen de landingsbaan kunnen vrijmaken; men is zo bang dat rebellen op de landingsbaan zullen landen dat die telkens weer wordt afgesloten met autowrakken en boomstammen. Ik denk dat kleine toestellen er nog steeds goed kunnen landen, maar zonder die wrakken gaat het natuurlijk wel beter. Vervolgens moet het vliegtuig worden getankt, dus op naar het vliegtuig, sloten van de tanks af, meten hoeveel brandstof er nog in zit, d.w.z. hoeveel benzine is er gepikt, eventueel weer ernstig met de bewakers praten en naar de main apron taxiën.”

John de Bruijn

This page is powered by Blogger. Isn't yours?