Thursday, December 22, 2005

 

CAR, the sequel

Op een avond kwamen er een Franse man en een Centrafrikaanse vrouw praten. Zíj woonde al jaren in Frankrijk en híj had haar daar geschaakt (of zij hem natuurlijk, daar wil ik vanaf wezen). En nu wilde zij hem aan haar familie voorstellen. Of dat kon?
Ja, daar kon ik natuurlijk geen antwoord opgeven. Het leek me wel redelijk veilig, want er zijn hier al heel lang geen kannibalen meer gesignaleerd, maar voor de rest ....
Nou ja, of ze mee konden naar Bangassou, er was ook nog een zoon van tien jaar. Geen punt natuurlijk.
Al gauw kwam ook Ahmed als gegadigde voor de rit naar Bangassou naar voren. Ahmed is een transporteur, die veel voor de missie betekent. Dan moet je denken aan de wat grotere goederen, zoals bouwmateriaal enzo.
Alle commercieel handige mensen zijn hier Libanees. Vaak met een gezin in Libanon, zoeken ze hier hun financiele heil. In Libanon valt niets meer te halen. Het zijn heel vriendelijke mensen, die aan de ene kant goede zaken weten te doen en zich aan de andere kant voor bijvoorbeeld de missie bijna dubbel vouwen om van dienst te kunnen zijn. Ze zijn vaak Moslim, maar heel gematigd, want in Libanon is de helft van de bevolking Christen en ze hebben geleerd met elkaar samen te leven. Ze praten Libanees natuurlijk en ze zeggen dat die taal meer verwant is aan het Ivriet dan aan het Arabisch.
Ahmed nodigde me uit om met hem uit eten te gaan en dat was erg geslaagd in een Libanees restaurant (Ali Baba).
Ik speel bij tijd en wijle ook de rol van incasso bureau en ik heb er op het moment iemand bij, als ik hem te pakken krijg .... Maar ook Artsen zonder Grenzen heeft vaak aandacht nodig. Ze zijn goed van betalen, maar ze moeten er wel aan herinnerd worden. Dat is niet erg, want dan worden ze er ook weer aan herinnerd wat ik voor ze kan betekenen. Vorige week zouden ze met zijn vieren gaan, maar ze gingen met zijn drien, want er was er eentje ziek. Nu wilde die ene – die inmiddels beter was geworden – ook graag en ik had nog één stoel over. Dus zo had ik toch weer een volle bak. Ik maakte me alleen een beetje zorgen om Ahmed. Ahmed denkt – als transporteur – groot. Er kan in zijn ogen altijd nog wel wat bij. De vorige keer dat hij meeging was het ook ouderwets gezellig (denk maar aan dat studentikoos volgeladen lelijke eendje). Gelukkig had hij zich deze keer ingehouden. Ik had langs mijn neusweg gezegd, dat we met zijn zessen zouden zijn. Hij had de hint kennelijk begrepen.
Zoals gezegd, zijn nu alle pistes gebarricadeerd en dus ben ik nog maar eens bij de gendarme langs gegaan. Dat had ik al gedaan, maar M’Boki was er nu als bestemming bijgekomen. Die avond kwamen er gewoonte getrouw weer veel mensen met geladen post. Er kwam ook iemand met een hele grote zak voor Mobaye. Normaal geen punt , maar nu was het – met het oog op de barricades - toch echt te laat. De persoon in kwestie heeft echter toegezegd aan een paar touwtjes te zullen trekken en het was inderdaad geen enkel punt.
Op Bangassou raakte ik de meeste passagiers kwijt. Alleen MSF was nog over voor M’Boki. Nu is er een pater – Fidel geheten – die me weleens ophaalt als pere Theo verhinderd is. Hij is ook de gedoodverfde opvolger van pere Theo. Pere Fidel wilde wel eens mee. En dat was natuurlijk geen punt. Op de terugweg heeft Fidel zelf gestuurd, maar in de droge tijd valt dat niet mee.Het is dan zo heiig, dat je geen enkele referentie buiten hebt behalve de zon. Die staat recht in je toet te schijnen op de terugweg en het valt dan niet mee om daarop te sturen. En om je eerste schreden op het vliegerspad nu te zetten met behulp van alleen maar instrumenten is voor sommigen best frustrerend. Toch hield hij het flink vol en hij deed het uiteindelijk best goed. Je kan honderd keer uitleggen hoe het moet, je moet het toch gewoon ervaren. Het is grappig om in een uur of twee iemand te zien groeien. In het begin slingert het nog alle kanten op. Na een poos hoor je een klik en dan wordt het allengs minder. En achteraf zijn ze er erg verguld mee.
Ik mocht een dagje overblijven in Bangassou om de dag erna het pas getrouwde stel weer mee terug te nemen, samen met Olivier (een Zwitser, getrouwd met een Centrafrikaanse) van het Internationale Rode Kruis.
In de ochtend heb ik Astianax wat rondgeleid. Astianax is een stagiair uit Gabon, die Spiritijns pater wil worden. Hij heeft een hele tijd in Bangui met zijn ziel onder zijn arm gelopen, omdat hij geen doorreispapieren kreeg. De Centrafrikanen doen moeilijk met Gabonesen omdat dat relatief rijke land ook moeilijk doet met die arme, gelukzoekende Centrafrikanen. Bovendien waren er (Gabonese) presidentsverkiezingen (wat heeft dat er nu mee te maken???) en zo duurde en duurde het maar. Maar het is dan nu dus toch gelukt.
In de middag werd ik door pere Fidel en de pas geordonneerde pere Innocent (zo heet hij echt) uitgenodigd om een eindje te gaan fietsen en om daarna wat te gaan drinken. Daarna werd ik samen met pere Theo uitgenodigd door Ahmed om bij hem gebarbequede Capitaine (Capitaine is dé lekkernij hier. Het is een hele grote vis met weinig graten.) te komen eten.
Het fietstochtje was heerlijk. En passant kwamen we langs soeur Lourdes, die me nog ruim 84.000 francs schuldig was. Eerst wilde ze weten over welke trip het precies ging, maar even later had ze de factuur en de centen toch gauw bij de hand. De zusters van Tokoyo (dat is de wijk waar ze zitten) zijn steeds erg aardig en gastvrij.
Na een snelle douche gingen we naar de dokter. Ik was enigszins verbaasd, maar de dokter is, als nevenactiviteit, een drank- en eetgelegenheid begonnen. En daar ontstond dan ook meteen een pijnlijk moment, want het bleek dat ze me niet alleen te drinken, maar ook te eten hadden uitgenodigd. Dat had ik niet begrepen en dus moest ik ze teleurstellen, want ik was al definitief door Ahmed geboekt. Gelukkig konden ze mij ruilen voor pere Antonio (een Angolese spiritijnse pater) en Astianax en zo werd het voor iedereen toch nog een geslaagde avond.

Ik vind het steeds weer bijzonder om te zien hoe donker het hier kan zijn. En hoe helder de sterren dan kunnen zijn. Eigenlijk geldt dat voor het hele leven hier. Alles staat hier dichterbij, alles is helderder zichtbaar dan in Nederland. Niet alleen fysiek. Ik ben hier veel sneller geraakt door bepaalde gebeurtenissen, dan in Nederland. Dat wil niet zeggen dat ik als een emotionele jojo door de dag stuiter. Over het algemeen ben ik erg tevreden met de dag, zoals die zich ontvouwt. Het is meer, dat bepaalde indrukken dieper doordringen. Het lijkt net alsof ik in Nederland het leven door dik, vertekenend, gekleurd glas bekeek en dat ik nu door een dun ruitje de boel bekijk. Soms kan ik dat raam zelfs opendoen en voel ik de wind en temperatuur en ruik ik de geuren, om het maar eens beeldend uit te drukken.
Het geeft me veel voldoening zo direct het leven te beleven. Soms huiver ik bij de gedachte dat ik straks weer in mijn Nederlandse hol zal moeten kruipen. Maar er zijn natuurlijk ook positieve aspecten aan het Nederlandse leven, zoals daar zijn : mijn wederhelft en mijn zoon.

De kennismaking met zijn schoonfamilie was goed bevallen. Hij had zich wat zorgen gemaakt, want hij had nog nooit in een Afrikaanse hut geslapen, maar het viel alles mee. Werd hij maandag al door een hoop mensen opgehaald, het hele dorp hing nu aan die ene pick up. Zo’n Toyota Landcruiser is echt zonder limieten. Ze hebben hier ook Toyota Hi Lux, maar dat is – zoals het woord al impliceerd – niet echt een werkpaard. Je ziet dan ook vaak, dat het frame achter de cabine – waar de bak begint – geknikt is door overbelading en overmatig door kuilen stuiteren. Zo niet de Landcruiser.
Ze waren al rijkelijk later dan afgesproken, maar we zagen al gauw hoe dat kwam. Schoonzoonlief had indruk gemaakt op de familie. Ze konden niet van hem afblijven en er werd heel wat afgehuild. Maar uiteindelijk hebben we hem toch in het vliegtuig weten te duwen. Apart om te zien dat het meer om hem ging dan om haar. Nou ja, de mensen hier zijn ook gauw emotioneel. En verder zijn ze ook erg hartelijk.
Olivier heeft met veel plezier de hele weg naar huis gevlogen. Olivier kan redelijk goed vliegen, dus die heeft er echt plezier van. Bij thuiskomst ben ik meteen bij Minair geparkeerd. Er staan nu 2197 uur op de teller : tijd voor de tweehonderduurs inspectie. En de volgende vlucht is met Hanneke en Daniel (en twee zusters) naar N’Dele, de 27ste december, dus dan moet ie wel spik en span zijn ......

Oh ja, ik heb net mijn tweede ontmoeting met de sterke arm (der wet) gehad. Ik was op weg van huis naar het vliegveld met een onderdeel voor het vliegtuig. Ik had daarmee haast. Ik had thuis al vertraging opgelopen met mensen, die geld wilden geven en andere mensen die informatie nodig hadden. Ik had ze allemaal vriendelijk te woord gestaan, maar nu was mijn geduld wel zo’n beetje op. Geen geschikt moment om aangehouden te worden dus.
Maar it’s all in the game en ik besloot ter plekke om te onthaasten en gelukkig lukte dat ook. Eerst mijn autopapieren. Die waren in orde.
Toen mijn rijbewijs. Ook al prima.
Nou mijn verlichting dan? Niks op aan te merken.
Ach weet je wat : net bij het stoplicht was ik iets te ver doorgereden. Ja, echt waar, niks aan te doen. Is geen halszaak, maar het wordt wel een boete. Nou, hoeveel dan? Dat wordt dan 15000 meneertje. Oeps, dat heb ik niet op zak (‘tuurlijk wel, maar dat hoeft hij niet te weten). Nou als ik wat koffie voor hem en zijn meissie had, dan kon ik ook wel zo doorrijden. Maar ik had geen koffie aan boord, dat snapte hij toch zeker wel. Nou ja, een kleine bijdrage dan. Oh, zei ik, hoeveel dan precies? Nou, voor 5000 kon je toch al fijn koffiedrinken. Nou, zei ik, doe me dan maar een boete. Hij gaf me de boete en nam mijn rijbewijs in. Ik zou naar het vliegveld rijden om te doen, wat ik moest doen en daarna zouden we samen naar het politiebureau gaan om te betalen.
En dat gaf mij de tijd om na te denken. Mijn voorgangers hebben me verteld dat ik dit als een spelletje moet spelen. Het kost misschien wat tijd. Neem die tijd. Maar betaal niet, want dan ben je steeds het haasje. Ik realiseerde me als eerste, dat het echt flauwekul was, wat hij me in de schoenen probeerde te schuiven. Ten tweede bedacht ik me dat – als hij vervelend was – ik ook vervelend kon zijn. Ik had geen zin om aardig te zijn. Ik had het ontzettend druk. Ik werd gaandeweg steeds bozer en ik bedacht dus een boos plan. Ten eerste is het zo, dat ik ontzettend veel geld meeneem voor de politie, de gendarme, de militairen en de ambtenaren in Mobaye en Bangassou. Dat is een gratis service. Voor handelaren neem ik ook wel eens wat mee. Zij hebben zelf aangeboden één procent als commissie te geven. De overheid doet dat niet. Maar goed ik doe het ook niet voor de overheid, maar voor die mensen die nou eindelijk recht hebben op hun geld. Ik kon die service natuurlijk van het ene moment op het andere stopzetten. Vervolgens zou er wel iemand nieuwsgierig zijn naar het waarom daarvan. Nu heb ik inmiddels – ten tijde van de ordination in Bambari – kennis gemaakt met de head honcho van de politie en de gendarme : meneer Damango (voor opvolgers , telno 501953 of 614144 of 612915).
Op de terugweg was hij er niet. Eén van zijn collega’s vertelde me dat hij net met een andere auto naar het bureau was. Ik moest nog langs het Rode Kruis voor geld en ik moest nog meer onderdelen halen, dus ik sloeg de uitnodiging om ‘even’ te wachten af. Ik zou even later toch weer langskomen. En zo kreeg ik nog even tijd om verder door te sudderen.
Toen ik hem tegenkwam ben ik uitgestapt. Ik ben naar hem toegelopen en ik heb gezegd dat ik snap, dat hij het moeilijk heeft. Hij krijgt zijn salaris niet en waar moet hij nu van leven? Dat is ook werkelijk om woest van te worden, dus dat kon ik hem met overtuiging zeggen. Maar, zo zei ik, daarvoor was ik ook hier. Om de mensen te helpen. En om het concreet te houden voor hem, legde ik hem uit dat ik weleens geld mee nam om zijn collega’s in het binnenland te betalen. Afijn, nog voor ik de hele riedel had afgedraaid had ik mijn rijbewijs al weer terug. Ik heb gelukkig een goed herkenbare auto. Dat zal wel niet gauw meer weer gebeuren. Maar ik ben niet gewend om zo boos te zijn. Ik trilde er helemaal van en ik denk achteraf, dat ik nog niet vaak zó zwart heb gekeken.
Afijn, weer een leerzame ervaring erbij. Zeker voor iemand als ik. Ik wordt namelijk in het gewone doen nóóit boos en het is een hele ervaring als je dat dan overkomt. Het is ook een interessante ervaring dat boosheid niet destructief hoeft uit te pakken. Omdat ik boosheid altijd alleen maar van de buitenkant heb gezien, heb ik er altijd negatieve oordelen over gehad. Nu zie ik wel dat het, net zoals huilen en lachen, een wezenlijk onderdeel is van menszijn. Wat een onderontwikkeld tiep ben ik dan, niet? Dan vraag ik me af welke andere – nog onderontwikkelde – aspecten van mijn leven zich nog verscholen houden.
Als ik hier nog een poosje blijf kom ik ze vast tegen .....

Comments: Post a Comment

Links to this post:

Create a Link



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?