Sunday, December 18, 2005

 

Wat er tot op heden gebeurt is, een samenvatting.

Inmiddels heb ik hier in de Centraal Afrikaanse Republiek al heel wat afgevlogen. Ik voel me hier nu ook een beetje meer ingeburgerd en ik beweeg me wat vrijer.
In het begin was ik nogal benauwd voor alle geweld, wat me was voorgespiegeld. Maar de C.A.R. blijkt een oase van rust te zijn, temidden van woelige landen zoals Sudan, Tsjad en Zaire.
De Centrafrikanen zijn van nature een vredelievend volkje. Eigenlijk kan je niet spreken van de Centrafrikaan, want het barst hier natuurlijk van de verschillende stammen, maar een overeenkomst is toch wel dat ze niet van herrie houden. In het noorden zijn ze wat meer op hun qui vive dan in het zuiden, maar iedereen is in principe aardig en behulpzaam.
In de grote stad word ik wel eens moe van de mensen die om geld vragen, maar ik heb er wel begrip voor. De mensen krijgen hier per jaar gemiddeld zo’n drie maandsalarissen uitbetaald. En dat is natuurlijk niet heel motiverend. Bovendien word je zo natuurlijk steeds bepaald door waar je nu in vredesnaam het volgende kwartje weer vandaan moet halen. Toch tref je hier geen akelige taferelen aan want eten is er in overdaad en uiteindelijk is dit land met zo’n drie miljoen inwoners buitengewoon schaars bevolkt. Laatst zag ik een treffend voorbeeld in de vorm van een kind, wat lag te dutten onder een boom. Een koeltje woei door de kruin van de boom, met als resultaat dat er drie mango’s op het kind vielen. Als je hier honger hebt, hoef je je hand maar uit te steken.
In het begin keek ik wat verbaasd naar de kaart van de C.A.R. Het wemelt hier van de wegen dus waarom een duur vliegtuig gebruiken, als het ook met de auto kan? Kortgeleden ben ik zelf met de auto een paar dagen onderweg geweest en nu heb ik meer begrip voor de noodzaak van een vliegtuig hier. Het is enorm vermoeiend en het kost heel veel tijd. En het is nu de droge tijd. In de natte tijd zijn hele delen van het land volledig onbereikbaar.
De afstanden hier zijn ook astronomisch in vergelijking met Nederlandse begrippen. Morgen ga ik bijvoorbeeld weer met Artsen zonder Grenzen naar M’Boki. Dat is 850 kilometer ‘as the crow flies’. Dat is zeg maar van Amsterdam naar Grenoble. En dan ga ik daarna terug naar Parijs om daar de nacht door te brengen. Wel een goeie deal niet? Nou ja, Parijs heet hier Bangassou, maar het blijft een goeie deal. Laatst heb ik met een auto over 45 kilometer twee-en-een-half uur gedaan en ik was daarna blij dat ik er was. Naar M’Boki is het over de weg vast wel ruim 1000 km , dus dan kan je je borst wel natmaken. En als je er dan één keer bent heb je een week nodig om bij te komen van de reis. En dan moet je voor de grap eens uitrekenen wat die Toyota Landcruisers verstoken als ze met twintig kilometer per uur voortkruipen. Dan valt zo’n vliegtuig nog best mee. Nog even los van de kosten is menskracht hier schaars en moet menskracht dus efficient worden ingezet.
Bovendien zijn er in de droge tijd veel meer overvallen. Laatst is er nog een wagen tussen Bria en Bambari overvallen. Twee doden en elf miljoen francs buit.
En nu worden de ambtenaren toch weer betaald. De scholen hebben sinds de aanvang van het seizoen gestaakt, maar nu wil de regering toch overgaan tot gedeeltelijke betaling. Maar hoe krijg je ál die miljoenen veilig op afgelegen bestemmingen? Daar kan ik dan mijn steentje aan bijdragen. Zo help ik de smeerolie in dit land rond te pompen en zo wordt het weer een beetje stabieler hier. Ze waren een beetje bang voor wéér een staatsgreep. Die vind altijd plaats in de droge tijd. Nu dus. Maar de mensen krijgen weer wat geld en dus is er geen directe reden om amok te maken.
En het verschil is zichtbaar. Laatst was ik in Birao. Dat is een plaats in het hoge noorden. Eén keer in de maand komt daar iemand met de auto en een keer in de paar maanden komt daar een vliegtuig. Ze hebben daar dus nog geen geld gezien en de mensen hebben het er echt armoedig in vergelijking met bijvoorbeeld Mobaye en Bangassou.
De dag vóór ik vertrek is het hier altijd een vrolijke drukte. Veel mensen komen brieven brengen en als de schemering valt komen de mensen met zakken geld. Een beetje schichtig soms. De mensen die geld voor de ambtenaren brengen zijn inmiddels wel gehard. Die lopen achteloos elke keer met een paar miljoen in een vuilniszak over straat. Maar er zijn ook firsttimers bij die - á la de vieze man - half fluisterend en om zich heen kijkend mij een paar duizend francs toestoppen : voor moeders. Of voor een zieke. Ik neem eigenlijk alles mee. Het is voor hun de enige manier om geld van A naar B te krijgen en geld moet rollen.
Verder is de katholieke kerk natuurlijk een grote klant van mij. Maar onder dat hoedje bevindt zich ook allerlei volk van divers pluimage. Een Franse dokter met zijn gevolg en een mobiele operatie kamer bijvoorbeeld. Al twintig jaar komt hij hier twee maal per jaar twee weken opereren. Een poosje later zit er dan ineens een Spaanse fysiotherapeut in mijn vliegtuig voor de follow-up.
Artsen zonder Grenzen Spanje zit in en rond een vluchtelingen kamp bij M’Boki, wat tegen Sudan aanligt. Ze bestrijden daar de slaapziekte, die daar lokaal veel slachtoffers maakt. En passant nemen ze ook malaria mee. Heeft u nog een klamboe over, hier zijn ze van harte welkom. Sinds kort wordt die club versterkt door AzG Nederland, die eenzelfde project in het noorden zal opzetten.
Een andere goede klant is het Internationale Rode Kruis. Die houdt zich bezig met het slaan van putten en hygiene in het algemeen. Ze zijn hier pas kort en ze hebben een pilot lopen in de buurt van Bangassou. Ze verwachten op termijn uitbreiding.
En ik moet intussen de boot drijvende houden. De katholieken betalen een tarief waarmee ik – als ik een redelijke bezetting kan realiseren – de benzine kan betalen. AzG en het IRK betalen het volle pond, waardoor ik ook een stukje onderhoud kan wegstrepen. Elke vijftig en elke honderd uur moet het vliegtuig een inspectie ondergaan, wat neerkomt op een financieel zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Het is aardig om te zien dat mijn beginperiode wordt gekenmerkt door een sterk verlies. Nu is de bodem van de schatkist in zicht, maar ik heb het nu ook iets meer in de vingers, waardoor het erop lijkt dat ik quite ga spelen. Maar ik zit toch nog wel angstig dicht bij het randje, dus er moet – voor de zekerheid – geld bij.
Het begint voor mij een sport te worden om - naast optimale dienstverlening – ook een rendabele operatie te runnen.
Maar het wordt nu eerst kerst en dan komt mijn gezin mij drie weken vergezellen ...

Comments: Post a Comment

Links to this post:

Create a Link



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?